Geschiedenis

Ergens tussen 1469 en 1471 werden de eilanden ontdekt door de Portugezen.
Zij erkenden al zeer snel de grote vruchtbaarheid en noemden het eiland
naar apostel Thomas. Pas twintig jaar later werd er een eerste nederzetting
gesticht door de Portugees Álvaro Caminha.
In het begin werden vooral groepen van ‘niet-gewenste’ Portugezen naar
dit eiland gebracht om er een nederzetting op te bouwen. Zo werden begin
de 15de eeuw 2000 joodse kinderen gedwongen gedoopt en verscheept
naar het prachtige eiland. Enkele jaren later waren er nog slechts 60 in
leven door allerlei tropische ziektes.

Om de kolonisten nog meer te ondersteunen importeerden de Portugezen
al snel slaven van het Afrikaanse vaste land. Tussen 1650 en 1850 trokken
de Portugezen zich langzaam terug en kreeg het land zelfbestuur.

Pas in de periode 1880-1885 zagen de Portugezen in dat de Santomese
grond uiterst geschikt was voor cacao en koffie, wat leidde tot een
herkolonisatie. Hoewel Portugal de slavernij inmiddels in 1876 had afgeschaft dwongen de plantagehouders Afrikanen tot het verrichten van arbeid tegen een zeer bescheiden loon. Dit leidde tot een opstand in 1953.

Pas in 1975 werd het land onafhankelijk en verdween de slavernij volledig.

Álvaro Caminha – Portugees ontdekkingsreiziger

Economie in São Tomé

De munteenheid van São Tomé e Principe is de dobra. Sinds 2009 is de dobra gekoppeld aan de euro met een vaste wisselkoers van 24,5 dobra
voor één euro.

De landbouw is voor vele Santomezen nog altijd het belangrijkste middel van bestaan. Traditioneel worden er kokosnoten, koffiebonen, cacaobonen en oliepalmen verbouwd. De laatste jaren, mede door de toenemende vraag
vanuit het Westen, werd de cacao-export vertwaalfvoudigd tot 600 ton per jaar.

Het overgrote deel van de bevolking die in de hoofdstad leeft ontvangt vandaag gemiddeld 40-60 euro per maand. Echter is er ook een groot deel van de bevolking die in de jungle woont en het met veel minder moet redden, tot soms één euro per dag.